Gesprekstechnieken zijn belangrijk voor burgerschap: als je niet weet hoe je met elkaar kunt praten, komt de inhoud niet tot z’n recht. Het risico? Onbegrip en polarisatie in de klas. Terwijl je als leraar juist meer verbinding wilt tussen je leerlingen, en wederzijds begrip en nieuwsgierigheid naar de ander wil stimuleren. Wat kun je concreet met je leerlingen oefenen aan dialoogvaardigheden, zodat ze met meer zelfvertrouwen als burgers deelnemen aan gesprekken over de diverse, veranderende samenleving? Dit schooljaar publiceren wij vijf handvatten uit onze burgerschapstrainingen over maatschappelijk gevoelige onderwerpen, gebaseerd op geweldloze communicatie. Hieronder vind je handvat 2 van 5.
Gesprekstechnieken voor burgerschap: leerlingen leren luisteren en verbinden
Sociaal-maatschappelijke competenties voor burgerschap gaan onder andere over hoe je omgaat met verschillende perspectieven. Een concrete vaardigheid die daarbij hoort, is kunnen luisteren naar iemand anders met wie je het misschien niet eens bent. Een vaardigheid waar wij volwassenen ook nog niet altijd kaas van gegeten hebben.
Luisteren is meer dan op je beurt wachten. Echt luisteren vergt aanwezigheid bij wat de ander bedoelt te zeggen, niet alleen bij de woorden die uit hun mond komen. Vaak zijn we bezig met de exacte woorden die iemand zegt om vervolgens bij de tweede zin al een reactie te verzinnen. Zonde, want geen idee of de boodschap van de ander bij jou is overgekomen. En de spreker voelt zich ook niet gehoord. Zo blijven we in de klas in cirkels praten waarbij iedereen probeert zijn zegje gedaan te krijgen, en niemand door heeft wat er bij de ander werkelijk gaande is.
Als je leerlingen leert actief naar elkaar te luisteren, dan heeft dat positieve effecten. Je zult merken dat je sneller tot de kern komt van conflicterende meningen, omdat je leerlingen minder over elkaar heen praten. Leerlingen leren daarbij hoe het is om hun eigen oordeel even uit te stellen en echt te horen wat een ander zegt. En andersom zal de leerling die beluisterd wordt, minder snel de neiging hebben om hun mening door de klas te schreeuwen. Kortom; er liggen kansen voor een rustiger, meer verbonden gesprek.
Wat kun je als leraar doen
Voordat je de volgende leerling aan het woord laat, vraag hen de ander eerst samen te vatten. Dat doe je door de leerling de zin te laten beginnen met ‘klopt het dat je zegt, dat….?’
Door hen de zin te laten beginnen met ‘klopt het dat,’ laat je hen direct de vraag stellen. Het is een subtiel maar cruciaal verschil tussen samenvatten wat iemand heeft gezegd, en vragen/checken bij die ander of die samenvatting inderdaad is wat die persoon over wilde brengen. Met checken zijn we niet bezig punten te scoren voor hoe goed we hebben onthouden wat die ander zei. Met checken ‘klopt dat?” laten we aan de ander onze bereidheid zien, om die ander te begrijpen zoals die zichzelf begrijpt. De ander krijgt het signaal; ik wil je echt horen. En daar begint verbindende gespreksvoering.
Handvatten voor in de klas
Stelling op het bord
Leerling A reageert.
Leerling B zegt: “Klopt het dat je zegt, dat…?”.
Leerling A bevestigt: “Ja, klopt.” Of doet nog een aanvulling: “Nou, ik bedoel eigenlijk ….!”
Leerling B zegt: “OK, klopt het dat je zegt, dat…?”
Leerling A bevestigt: “Ja, klopt.”
Tip: de eerste ronde kun jij het als leraar voor doen door iedere inbreng van een leerling samen te vatten met ‘Klop het dat je zegt, dat…?”. Het zal aan het begin houterig aanvoelen, en dat is prima. Als de leerlingen zien dat jij je ook kwetsbaar opstelt en meedoet met de oefening, vergroot dat de kans dat zij ook mee zullen doen en de techniek zullen proberen.
Wil je meer tips over hoe je gesprekstechnieken kan inzetten om meer rust te behouden tijdens een gesprek over maatschappelijke thema’s? In onze trainingenreeks ‘Controversiële kwesties’ wordt een tal van technieken aangeboden, én krijg je volop ruimte om deze met je team te oefenen. Klik op de knop hieronder voor meer informatie.





